st-Indië door een zware storm naar het noordwesten van Van Diemensland werden gedreven. Bij waarneming bleken we ons op dertig graden twee minuten zuiderbreedte te bevinden. Twaalf van onze bemanningsleden waren al bezweken aan overmatig zwaar werken en slecht voedsel en de rest was in erg slechte conditie. Op vijf november, wat in die streken het begin van de zomer is, liepen we, bij mistig weer, bovenop een klip en wel zo ongelukkig dat het schip onmiddellijk brak. Zes leden van de bemanning, waaronder ik, slaagden erin de sloep in zee neer te laten en uit de buurt van het schip en de klip te komen. We roeiden naar ik schat een mijl of drie, totda