niet zwichten voor een leven naast een haardvuur. Ze was een betere schutter dan deze mannen – ze was al beter dan haar vaders beste boogschutters – en ze zou doen wat ze moest doen om hen, en dan voornamelijk haar vader, te bewijzen dat ze het verdiende om serieus genomen te worden. Haar vader hield van haar, wist ze, maar hij weigerde om te zien wie ze echt was.
Kyra bracht haar beste trainingen alleen door, ver van het fort, hier op de velden van Volis, en dat paste goed bij haar, omdat zij als het enige meisje in een fort van krijgers had geleerd om alleen te zijn. Ze had zich hier elke dag teruggetrokken op haar favoriete plekje, hoog op het plateau, vanaf waar ze een uitzicht had op de onregelmatige stenen muren van het fort. Er stonden goede bomen, smalle bomen die lastig waren om te raken. Het geluid van haar pijlen galmde door het heuvels; er werd hierboven geen enkele boom gespaard van haar pijlen: hun stammen waren getekend en sommige bomen helden al een beetje over.
De meeste van haar vaders boogschutters, wist Kyra, mikten op de muizen die over de velden renden. Toen ze net was begonnen, had ze dat ook geprobeerd, en ze had ondervonden dat het vrij makkelijk was om ze te doden. Maar ze had ervan gewalgd. Ze was onbevreesd, maar ook gevoelig, en ze vond het onprettig om een levend wezen te doden zonder dat het ergens goed voor was. Ze had gezworen dat ze nooit meer op een levend wezen zou mikken, tenzij het gevaarlijk was, of wanneer het haar